Deze handleiding licht de inhoudelijke werking van het handelingsreflectiemodel toe. De samenhang tussen observatieformulier, reflectieformulier en handelingsmatrix staat hierbij centraal, evenals de manier waarop de onderdelen samen leiden tot gerichte pedagogisch-didactische handelingskeuzes.
Gebruik: deze handleiding biedt een beknopt overzicht van het handelingsreflectiemodel, de opbouw van het proces en de functie van de afzonderlijke producten. De tekst is bedoeld om gebruikers snel vertrouwd te maken met de werking van het model en de onderlinge samenhang ervan.
Het handelingsreflectiemodel ondersteunt docenten bij het analyseren en onderbouwen van de relatie tussen hun eigen handelen en het handelen van deelnemers, waarbij het een streven is om de handelings- en expressieruimte binnen het beeldende werk van deelnemers te ondersteunen.
Door te werken met observaties en gerichte reflectie helpt het model bij:
De uitkomsten zijn expliciet, overdraagbaar en bruikbaar in afstemming met collega’s.
De hoofdlijn van het handelingsreflectiemodel.
→ Observatieformulier
Je observeert concrete lessituaties en legt systematisch vast wat er gebeurt in:
→ Reflectieformulier (+ handelingsmatrix als hulpmiddel)
Je analyseert meerdere observaties en:
De handelingsmatrix ondersteunt bij het expliciteren en richten van deze keuze.
De gekozen handelingsstrategie wordt in een volgende lessituatie uitgeprobeerd en opnieuw geobserveerd. Zo ontstaat een cyclisch proces van observeren, duiden en bijstellen, waarbij er continu ruimte blijft voor het ontstaan van voortschrijdend inzicht, zonder dat het handelingsreflectiemodel een voorschrijvend karakter krijgt.
Wat elke stap inhoudelijk doet en oplevert.
Je verzamelt concrete gegevens over het handelen van de deelnemer in relatie tot jouw handelen.
De focus ligt op:
Opbrengst: bij herhaald gebruik van het observatieformulier ontstaat een set observaties die als basis dient voor reflectie.
Je brengt meerdere observaties samen en analyseert patronen.
Je kijkt naar:
Zowel terugkerende patronen als incidentele gebeurtenissen kunnen hierbij betekenisvol zijn.
Op basis hiervan:
De handelingsmatrix ondersteunt hierbij als reflectief hulpmiddel bij het bepalen van concrete handelingskeuzes. Een voorbeeld van de matrix vind je op pagina: '3 handelingsmatrix'.
Opbouw, logica en functie van de matrix.
De handelingsmatrix ondersteunt bij het expliciteren en richten van handelingskeuzes. De matrix is opgebouwd uit twee samenhangende onderdelen:
Op basis van analyse van praktijkobservaties (uitgevoerd door de ontwerper van het handelingsreflectiemodel) zijn drie samenhangende dimensies te onderscheiden waarop het pedagogisch-didactisch handelen van de docent aangrijpt:
De interventietypen helpen, uitdagen en loslaten beschrijven de aard van het handelen van de docent. Deze interventies worden altijd ingezet ten aanzien van een van de pedagogisch-didactische dimensies (materiaalgebruik, wijze van aanbieden en begeleiden, opdrachtstructuur).
Waar de dimensies aangeven waarop het handelen betrekking heeft, geven de interventietypen aan hoe de docent handelt binnen die dimensie.
Door interventietypen te combineren met dimensies ontstaat zicht op verschillende mogelijke handelingskeuzes.
Een paar voorbeelden: een docent kan helpen binnen materiaalgebruik door het aantal materiaalkeuzes te beperken,
uitdagen binnen opdrachtstructuur door een extra variatie in de opdrachtstructuur voor te stellen, of loslaten binnen wijze van aanbieden en begeleiden door bewust
geen interventie te doen en het proces te laten verlopen.
Door beide onderdelen van de matrix te combineren ontstaat per kruising van dimensie en interventietype zicht op verschillende mogelijke handelingskeuzes.
De matrix wordt niet gebruikt als voorschrijvend keuzemodel, maar als hulpmiddel om:
Hoe observatieformulier, reflectieformulier en handelingsmatrix op elkaar aangrijpen.
De onderdelen van het model grijpen direct in elkaar:
De kwaliteit van de handelingskeuze is afhankelijk van:
Het model werkt cyclisch: elke nieuwe observatie bouwt voort op eerdere inzichten.
De kernprincipes achter de werking van het model.
Mogelijke toepassingen van het model.
Het model kan worden ingezet voor:
De kracht van het model ligt in herhaald gebruik over meerdere situaties.